WEBINAR "Circular Cities"

20 oktober 2020
23
Sep

Cradle to Cradle Café: “Circular Cities” 20 oktober 2020

Cradle to Cradle Café tijdens DDW 2020: Circulair Cities

Het online Cradle to Cradle café vindt plaats vanuit de Kazerne in Eindhoven tijdens de digitale versie van de Dutch Design Week 2020. Het thema van het café is Circulair Cities. Het is het eerste café ooit georganiseerd over dit onderwerp dat door drie sprekers vandaag vanuit verschillende kanten zal worden belicht.

Circulaire stad

Mark Pruijn werkzaam bij MVO Nederland geeft als eerste spreker vandaag toelichting over dit onderwerp. Hij is circulair beleidsvoerder en nauw verbonden met Eindhoven als stad.  Waarom is een circulaire economie nu zo belangrijk? Is het een hype of there to stay? Mark geeft aan dat we als wereldbevolking leven in welvaart door het gebruik van bronnen. Gaan we niet samenwerken dan is de limitering van de aarde dichtbij. We willen een balans creëren in welvaart zonder daarbij de aarde uit te putten. Rijksbeleid is hier gelukkig op gericht, maar ook de ontwikkeling in de steden (bottum up) is zichtbaar. De circulaire strategieën zijn uiteraard als eerste gericht op refuse (vermindering van gebruik). Rethink, reduce and redesign zijn daarnaast strategieën die zich richten op de gehele productieketen. Dit vergt samenwerking op elk niveau. Mark geeft aan dat businessmodellen die hierop gericht zijn het beste werken. Want op alle productstromen en materiaalstromen moet beleid komen. Circulaire modellen zullen lineaire gaan verdringen, waarbij samenwerking essentieel is. Niet alleen op mondiaal en landelijk niveau, maar ook en misschien wel juist op lokale schaal zijn samenwerkingen nodig, geeft Pruijn aan. Want een circulaire stad moet handelen en innoveren. Decentraal bestuur moet ingrijpen en heeft daarvoor genoeg mogelijkheden. Denk aan kennisinstellingen gebruiken om burgers te betrekken businessmodellen te ontwikkelen. Geef de juiste voorbeelden om markten te creëren, waarbij ketenontwikkeling (cirkelstad), regioversnellers belangrijke aandachtspunten zijn. Maar naast stedelijke ontwikkelingen en regionale good practices is landelijk beleid essentieel. Pruijn geeft hierbij het voorbeeld van Holland circulair Hotspot, een prachtig concept dat laat zien dat Nederland een voorbeeldfunctie heeft op het gebied van Nieuwe Economie. Binnen zijn eigen onderneming is hij bezig met een lobby voor de Minister van de Nieuwe Economie. Hij vertelt hierover dat dit een campagne is om aandacht te vragen voor de kennis die al aanwezig is in het land. Laat je stem horen, denk mee en kandideer je. Want dat gaat helpen om invloed uit te oefenen.

Vragen aan Mark Pruijn:

  • Welke criteria zou je willen aanraden om de natuur en de gezondheid te bewaken? C2C is een methode om dit goed te bewaken. En ook The Natural Step kan enorm helpen.

In een circulaire economie worden spullen gebruikt in balans met de aarde. Op weg naar een steeds meer circulaire economie wordt lineair handelen stap voor stap vervangen door circulair handelen. Dat gebeurt natuurlijk niet in isolatie van andere maatschappelijke ontwikkelingen en eisen. De kaders die in Nederland gelden voor het zorgvuldig omgaan met bijvoorbeeld natuur en gezondheid gelden ook voor de stappen die in de transitie naar een circulaire economie worden gezet. Uitdaging is om de transitiepaden voor bepaalde waardeketens zorgvuldig te verkennen en bewandelen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van ondersteunende methodes zoals bij voorbeeld C2C en TNS, maar dat zal bepaald worden door de organisaties die de transitiepaden uitzetten en de bedrijven die circulaire stappen zetten.

  • Een materiaal paspoort dient beheerd te worden door de eigenaar van een gebouw. Vaak komt het dan neer op een beheerder. Denk je niet dat zo’n beheerder een hoog gekwalificeerd persoon moet zijn?

Hoe om te gaan met materiaal paspoorten en het beheer ervan, zal naar mijn inschatting uiteindelijk door de branche bepaald worden. Mogelijk komen er uit de branche afspraken of ooit een wettelijk kader hiervoor. Ook kunnen opdrachtgevers/eigenaars natuurlijk eisen stellen.

Dorien van der Weele (red. organisatie C2C café) wijst nog op het belang van Cradle to Cradle bij het circulaire vraagstuk. ‘Remake the way you make things’. Dat is een belangrijke gedachte. Begin met slimme ontwerpen, dan hoef je later geen materialen uit te faseren, energieverbruik te beperken etc. Inefficiëntie beperken dat is belangrijk, met uiteraard aandacht voor bestaande producten. Helaas is het commentaar op het Cradle to Cradle gedachtegoed dat dit te vaak gestoeld is op een nieuwe aanpak en werkwijzen. Maar we hebben ook te dealen met dat wat er al is. Gelukkig geeft Van der Weele aan dat Cradle to Cradle versie 4, dat in het eerste kwartaal van 2021 zal uitkomen, meer aandacht schenkt aan het onderwerp transitie, waarvan o.a. productcertificering een groot deel zal uitmaken.

Practice what you preach

De tweede spreker van vandaag is Do Janne Vermeulen van Team V Architectuur. Zij zal inzoomen op circulaire economie waarbij zij voorbeelden geeft van hergebruik en circulaire nieuwbouw. Onze steden zijn traditioneel gebouwd van staal, beton en glas, geeft Vermeulen aan. Dat is hoe wij gebouwen kennen. Die gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor de CO2 uitstoot. Wat nu blijkt is dat 42% van de CO2 uitstoot binnen de bouw de hoofd-draagconstructie van het gebouw betreft. Dat is dus een nieuwe aanpak waard, geeft ze aan. Want het terugdringen van de uitstoot van CO2 geeft een substantieel aandeel in het tegengaan van de opwarming van de aarde. Hergebruik van casco is voor ons daarom een belangrijke pijler.

Enkele voorbeelden van projecten waar Team V aan gewerkt heeft zijn o.a.: het Atlas gebouw in Eindhoven, Haut in Amsterdam, waarbij de constructie is vervaardigd in hout en het nieuw gebouwde DPG Media. Alle voorbeelden waarbij op effectieve manier gebouwen of delen daarvan duurzamer zijn gemaakt.  Wanneer ze inzoomt op het gebruik van hout, blijkt dat dit inspeelt op het well-being van gebruikers en een snellere bouwtijd heeft met kortere financieringstijd. Wat ook meespeelt in deze tijd is, practice what you preach. Dit geldt natuurlijk voor iedereen.

Hout als materiaal is daarom een aanrader! Het voordeel van bijvoorbeeld Cross Laminated Timber, een massief verlijmde houtsoort, is dat de hele boom gebruikt wordt. Hout wordt dan een technisch product dat beton kan vervangen. Een zeer goed beeld dus van het positieve effect van het gebruik van hout.

Vragen aan Do Janne Vermeulen:

  • Wat gebeurt er met de ingebedde CO2 in een houten gebouw aan het einde van de levensduur? Komt de CO2 niet vrij als deze niet wordt hergebruikt?

Dat is een onderwerp van discussie. CO2 komt vrij als je hout laat rotten of verbranden. Dit zijn de twee processen waarbij CO2 wordt geproduceerd. Maar dit wil je voorkomen. Hout in gebouwen dient naar mijn mening dus als permanente constructie te worden ingezet. Casco’s dienen hierbij goed ontworpen te worden. Dit zorgt voor goed en efficiënt hergebruik.

Begrip van circulariteit is factor van succes

David Gianotten, managing partner bij OMA is de derde spreker. Hij richt zich op onderzoek, naar circulaire stedenbouw. Daar waar Nederland een hotspot is voor circulariteit, geeft hij aan dat we ook kunnen leren van andere landen. Een belangrijk project is Het Bajes kwartier in Amsterdam. Dit is een tender van het Rijk. Een bestaand gebouw waar circulair mee gewerkt dient te gaan worden. Gianotten wijst hierbij op het belang van samenwerking, waardoor  grenzen worden opgezocht. De transformatie van de Bijlmer Bajes was een speciaal project. De gebouwen zijn in elementen opgebouwd en komen uit de jaren 60 en 70. Herbruikbare elementen waren: de assen van de gebouwen en de structuur van de omgeving. Een prangende vraag, hoe kunnen materialen worden hergebruikt? De tralies, de deuren etc. Alle elementen zijn los van elkaar gehaald en in een materiaalbank opgeslagen. Hierdoor krijg je overzicht en wordt duidelijk welke elementen welke karakteristieken hebben. Het streven is om meer dan 90% van de materialen te hergebruiken. Ook geeft Gianotten een voorbeeld van het VDMA terrein in Eindhoven. Een bestaand gebied midden in de stad. De natuur en het hoog stedelijke karakter moest beide terugkomen. Daarom wordt er een microbos geplant dat als echt bos moet gelden. De bestaande gebouwen in het hart krijgen een nieuw leven. Een prachtig voorbeeld van duurzaam wonen en werken rekening houdend met de nieuwe toekomst met een diversiteit in daklandschappen en drie-dimensionaliteit, aldus Gianotten.

Vragen aan David Gianotten:

  • David, in hoeverre betrek jij mensen met een beperking (motorisch, visueel, auditief, mentaal etc.) bij het ontwerp en de ontwikkeling van deze projecten?

In ieder stedelijk project zijn er klankboordgroepen met belangenverenigingen en/of mensen met een beperking. In deze groepen worden de plannen besproken en gewogen. De suggesties uit de besprekingen worden gebruikt voor het verder verbeteren van de plannen.

  • Nemen jullie aspecten uit de huidige corona tijd, met betrekking tot personen circulatie in gebouwen en ruimtes voor menselijk contact voor inspiratie, al mee in jullie ontwerpen?

De huidige tijd is uiteraard bijzonder en geeft veel stof tot nadenken. Wij proberen ons niet te laten leiden door de huidige ad-hoc maatregelen, maar we proberen wel te leren van de huidige situatie. De dingen die we zien en observeren hebben uiteraard invloed op de manier van het ontwerp van de circulatie en gebruiksomgevingen in onze projecten.

  • ​Tijdens tenders worden projecten gewonnen omdat het woord circulariteit en duurzaamheid erin voorkomen. ​Bij het verder door ontwikkelen van projecten komen bezuinigingsrondes en worden er concessies gedaan op circulariteit omdat het te duur is. Hoe ga je als architect hier mee om?

Als architect hebben wij vaak een leidende en coördinerende rol. Wij doen er in het vervolg van gewonnen tender processen alles aan om alle beloften uit de tender zoveel mogelijk waar te maken, dus ook die met betrekking tot circulariteit en duurzaamheid.

  • Materiaal paspoort dient beheerd te worden door de eigenaar van een gebouw. Vaak komt het dan neer op een beheerder. Denk je niet dat beheer een hoog gekwalificeerd persoon moet zijn.

Dit is een ingewikkelde vraag. Er zijn vast eigenaren en beheerders die genoeg kennis en ambitie hebben om materiaalpaspoorten zelf te beheren. Echter het materiaalpaspoort is vooral een tool die het vertellen van het verhaal van materiaal en ontwerpkeuze makkelijk maakt. Daarom denk ik dat het ook goed zou zijn als het beheren, bijwerken en bewaren van materiaalpaspoorten van gebouwen meer op een stedelijke of regionale schaal plaatsvinden door overheden of belangenvertegenwoordigers. Gespecialiseerde kennis en eenduidigheid zullen de bruikbaarheid van materiaalpaspoorten alleen maar bevorderen.

Presentaties

Marc Pruijn

Do Janne Vermeulen

David Gianotten

Leave a Reply