Cradle to Cradle, Circulaire gebouwen en Materiaal Paspoorten

22 oktober 2019 Eindhoven
24
Sep

Cradle to Cradle, Circulaire gebouwen en Materiaal Paspoorten 22 oktober 2019

Materialenpaspoort als meerwaarde voor circulaire economie

De circulaire economie raakt alle sectoren van de Nederlandse economie. Maar wat zijn nu de speerpunten om daadwerkelijk te komen tot een circulaire economie?

Tools waarmee gewerkt kan worden zijn Madaster of de Material Passports van EPEA en tegenwoordig ook de Excess Materials Exchange (EME). Waarvoor dienen deze paspoorten, waaraan moeten ze voldoen en wat kan je ermee in de toekomst? Dit onderwerp staat vandaag centraal in het Cradle to Cradle café dat voor ook deze keer aanwezig is op de Dutch Design Week in Eindhoven. Een inspirerende locatie voor het Cradle to Cradle café.

Datingsite voor materialen

Wist je dat we elk jaar 2.12 miljard ton afval dumpen. Als we al dat afval in trucks zouden stoppen, dan zouden die trucks achter elkaar 24 keer de wereld omspannen. “Grondstoffen en afval spelen een belangrijke rol in het klimaatprobleem, dat staat buiten kijf vertelt Maayke Aimee-Damen, die tussen 2010 en 2012 haar afstudeerscriptie schreef over het grondstoffenpaspoort. Het idee was om alle producten te voorzien van een identiteit in de vorm van een paspoort, waarin onder meer staat welke materialen erin zitten. Die grondstoffen zou je fiscaal kunnen belasten. Arbeid is immers oneindig beschikbaar, grondstoffen niet. Het materialenpaspoort geeft ook de mogelijkheid om materialen aan het eind van de gebruiksperiode terug te winnen en te hergebruiken, want je weet precies wat erin zit. Architect Thomas Rau heeft daar in 2016 ook een boek over geschreven. Kennelijk is het een idee waar de tijd rijp voor is, geeft ze aan. En omdat de economie in 2050 volledig circulair moet zijn, is er behoefte aan instrumenten om dat voor elkaar te krijgen. Om die reden hebben wij de Excess Materials Exchange (EME) bedacht. Een datingsite voor materialen. Via de online marktplaats EME brengen wij aanbod en vraag bij elkaar. Aimee noemt als voorbeeld een pilot die met tien grote bedrijven en organisaties, waaronder DSM, Schiphol, Sodexo, Heembouw, ProRail en Rijkswaterstaat is uitgevoerd. We hebben verschillende reststromen onderzocht en gekeken wat daar nieuwe, hoogwaardige toepassingen voor zijn. De resultaten hebben onze verwachtingen overtroffen.

Neem de afvalstroom koffie: daar kun je zoveel meer mee dan verbranden en vergisten. Je kunt koffiedrab namelijk ook gebruiken als grondstof voor bioplastics, cellulosevezels, zeep en als voedingsbodem om champignons te kweken. Als dat voor koffiedrab geldt, hoeveel te meer voor andere materialen. Afgedankt fruit kan worden omgezet in duurzaam leerachtig materiaal dat sterk genoeg is om tassen en andere producten van te maken. Eén van de problemen waar we tegenaan lopen, is dat gebruiksproducten die twintig jaar geleden zijn gemaakt en nu worden afgeschreven, niet zijn ontworpen om te worden hergebruikt. Alles wat bijvoorbeeld is gelijmd of gesmolten, is lastig uit elkaar te halen. Dat soort dingen moeten beter: de juiste materialen kiezen bij het design, vastleggen welke materialen er in een product zitten, hoe ze aan elkaar verbonden zijn en zorgen dat die materialen later te scheiden zijn. Dan bereik je een circulaire economie waarin grondstoffen steeds weer hoogwaardig inzetbaar zijn.

EPEA

Hein van Tuijl, een voor het Cradle tot Cradle café bekende spreker is ook vandaag aanwezig om zijn verhaal te verkondigen. Zijn EPEA (Environmental Protection Encouragement Agency) werd in 1987 opgericht door Prof. Dr. Michael Braungart en heeft zich tot een wereldwijd actief onderzoeks- en adviesinstituut voor eco-effectieve producten, processen en gebouwen ontwikkeld. Hij is blij aan te kondigen dat EPEA onderdeel is geworden van Drees en Sommer, een grote organisatie die zich internationaal hard maakt voor de Cradle to Cradle principes. De juiste samenwerking met bedrijfsleven, overheden en NGO’s, dat is de toekomst. In zijn presentatie wijst Van Tuijl op het belang van goede materialen en de verschuiving in de maatschappij. Want er zijn grote ecologische en economische voordelen te halen uit de wijze waarop producten worden ontworpen, geproduceerd, verdeeld, geconsumeerd of gebruikt en terug verwerkt na afdanking. En voor deze producten bestaat het ‘materials passport’. Een bewijs van good practice. Het idee van zo’n paspoort is eenvoudig. Er bestaat een intern en extern paspoort, waarbij het externe paspoort duidelijk de grondstoffen beschrijft. Grondstoffen behouden hierdoor een waarde, een ‘asset’, die van tevoren is vastgelegd. Het interne paspoort kan dienen als registratiesysteem binnen een producerend bedrijf. Dit is de toekomst, daar zijn we met elkaar over eens. Een duidelijk kordaat verhaal waarbij Hein ook benadrukte dat de verschillende initiatieven complementair aan elkaar zijn en dat samenwerking nodig is om het hogere doel te bereiken.

Ieder gebouw is een grondstoffendepot

Marijn Emanuel is één van de zes oprichters van Madaster, het kadaster voor materialen. Hij is dagelijks bezig de inhoudelijke ontwikkeling van dit platform vorm te geven en vertelt vandaag over de vorderingen. Het platform is in 2017 opgericht en direct ook ‘live’ gegaan met één doel: het afval te elimineren in de bouwsector. De filosofie is duidelijk. Een managementsysteem dat materialen toekomst geeft, dat is hoognodig. Er moet meer inzicht komen en worden samengewerkt om de milieu-impact van materialen duidelijk te krijgen. De risico’s moeten worden verlaagd en er moet worden gewerkt aan businesscases om de waarde van gebruikte materialen te verhogen. En dat begint met een eerste stap: vastleggen wie welke materialen bezit. ‘Waste is material without identity’. Het wordt tijd om de lineaire economie te verruilen voor een circulaire. Want alleen een circulair systeem kan afval elimineren. Bovendien behoudt materiaal met identiteit altijd zijn waarde. Madaster is neutraal en onafhankelijk, maar vooral eenvoudig in gebruik. De doelgroep die het kan gaan gebruiken is vrij breed. Van eigenaren van vastgoed, ontwerpteams, app developers, facility company’s tot aan het totale publiek. Het is 24/7 beschikbaar.

Wereldwijde impact

De laatste spreker van vandaag is Michael Moradiellos del Molino, hoofd van Cradle to Cradle in Real Estate voor de Benelux en Frankrijk bij Drees & Sommer. Dankzij het internationale karakter van Drees & Sommer vindt een wereldwijde kruisbestuiving plaats. De 3.280 medewerkers van het bedrijf werken namelijk op 41 locaties over de hele wereld.

Het advies en projectmanagement bureau, ondersteunt al bijna 50 jaar particuliere en publieke opdrachtgevers op het gebied van vastgoed. Het resultaat zijn kosteneffectieve en duurzame gebouwen, mensgerichte werkomgevingen en toekomstbestendige mobiliteitsconcepten. Het doel van Drees en Sommer is niet voor niets bewustzijn en het Cradle to Cradle principe omarmen. En de markt op de hoogte brengen en overtuigen van de juiste manier van werken. Uiteraard is daarbij intensieve samenwerking tussen interdisciplinaire teams van deskundigen is onontbeerlijk. De samenwerking met EPEA die door Hein van Tuijl werd aangekondigd, was voor hen dan ook een extra stap in de goede richting. Als voorbeeld van good practice noemt Molino de bouw van het nieuwe WTC gebouw in Brussel. De bestaande torens worden bijna volledig ontmanteld om plaats te maken voor een nieuw multifunctioneel complex. Het project krijgt de naam ZIN en omvat behalve kantoren ook 127 woningen, een hotel en een serre. Een deel van de bouwmaterialen wordt gerecupereerd of gerecycleerd. Het project zet radicaal in op hergebruik, niet enkel door het bestaande gebouw te beschouwen als een materialenbank, maar ook door een vernieuwend architectuurconcept. Door slim in te spelen op de bestaande randvoorwaarden en door deze aan te vullen met een aantal strategische ingrepen en een toekomstgerichte visie, ontstaat een robuust gebouw dat zich ook in de toekomst flexibel zal kunnen aanpassen aan een wijzigend gebruik. “Dit is een echt voorbeeldproject, op een ongeziene schaal,” aldus Molino. Het bestaande gebouw is de grondstof voor het nieuwe project: 68% wordt hergebruikt in het project zelf. Als je de recyclage op zich bekijkt wordt het gebouw tot 95% gerecycleerd. Voorbij die cijfers, laat het project ook zien hoe het circulaire denken de manier verandert waarop je architectuur inzet. Door het inbrengen van groen wordt het ook een gezonde en aantrekkelijke bestemming. Die diversiteit aan condities maakt van het gebouw een perfect voorbeeld van de gewenste circulaire toekomst.

Maayke Damen

Hein van Tuijl

Marijn Emanuel

Michael Moradiellos del Molino

Leave a Reply