Cradle to Cradle en onderwijs & onderzoek

9 december 2016
9
dec

Cradle to Cradle en onderwijs & onderzoek 9 december 2016

De stand van zaken van onze circulaire toekomst

Vandaag vindt het laatste café van 2016 plaats op de Watercampus te Leeuwarden en staat in het teken van onderwijs en onderzoek. Een interessant thema in een inspirerende omgeving. De bundeling van kennis en het bevorderen van innovatie ter stimulering van de ontwikkeling en de toepassing van cradle to cradle in omgeving en bij producten staan hierbij centraal.

Marleen Lodder bijt het spits af. Marleen is werkzaam bij de ‘Cradle to Cradle leerstoel’ aan de Rotterdam School of Management (RSM), en DRIFT van de Erasmus Universiteit.

In plaats van ons volledig te richten op het ‘minder slecht’ zijn, zouden we kunnen kijken naar hoe gebiedsontwikkeling ‘helemaal goed’ kan worden. Aan onder andere deze gedachte omslag werkt Marleen Lodder hard. Ze wil een positieve richting geven aan de wijze van gebiedsontwikkeling in de hedendaagse context. Tijdens deze presentatie gaat zij onder andere in op haar promotieonderzoek aan de Cradle to Cradle leerstoel in samenwerking met DRIFT, waarin ze heeft onderzocht hoe (stedelijke) gebieden meerwaarde kunnen genereren voor de bewoners en gebruikers van het gebied zelf, maar ook voor de omgeving. Het theoretische raamwerk dat zij hiervoor heeft ontwikkeld kan zowel het ‘beneficial’ gebiedsontwikkelingsproces, als de inhoudelijke vertaling van het C2C-denken in de praktijk ondersteunen. En daarmee heeft zij als expert direct een duidelijke vertaalslag gemaakt tussen theorie en toepasbaarheid in de praktijk.

 

Triple top line benadering

Volgens Lodder kan een gebouw of gebied gezien worden als een productieve ruimte die meerwaarde genereert voor bewoners, gebruikers en omgeving. Door ons te richten op deze meerwaarde in de verschillende domeinen van de bebouwde omgeving (ecologisch, sociaal en economisch) en deze te combineren, zal dit elkaar gaan versterken in alle andere domeinen. In de huidige duurzame gebiedsontwikkelingsprojecten worden de duurzaamheidsmaatregelen vaak beperkt door de focus op één enkel aspect binnen één domein. Vaak eenvoudig kwantificeerbaar en dus makkelijk in getallen uit te drukken. Het optimaliseren van één afzonderlijk aspect van de hedendaagse problematiek leidt echter tot een incrementele verandering die niet altijd bijdraagt aan een systeemverandering. We moeten toe naar het zogenoemde transitie perspectief waarbij je weet wie je op welk moment in moet zetten en op welke manier trajecten kunnen worden vormgegeven. Deze focus op waarde-creatie, ook wel eco-effectiviteit genoemd in het cradle-to-cradle -paradigma, creëert ruimte en dat is nodig, aldus Marleen Lodder.

Haar `Cradle to Cradle inspired Master Theses; Adding pieces to the puzzle’, is gratis te downloaden via: www.rsm.nl/c2c

 

Producten met een positieve impact

 Ernst-Jan Mul, tegenwoordig werkzaam als scientific project manager bij EPEA Nederland, gaat in deze tweede presentatie in op zijn onderzoek dat hij uitvoerde aan de TU in Delft. Hij schreef een praktisch handboek ‘Nature Inspired Design’ voor ontwerpers, innovatoren, projectontwikkelaars, architecten en iedereen die deze visie wil toepassen in het dagelijkse werk. Het handboek beschrijft hoe je het ontwerpproces kunt herstructureren om die ‘positieve impact producten’ te realiseren en integreert hierbij de beste aspecten van biomimicry, cradle to cradle, eco-design en ontwerpen voor de circulaire economie tot een werkbare aanpak.

Met praktische technieken, alle met bewezen nut in ontwerpprojecten, helpt dit boek je om zelfs zeer uitdagende ontwerpdoelstellingen te realiseren. Het is ontwikkeld en getest in cases door een consortium van de TU Delft, met 10 pionierende bedrijven en werd gefinancierd door de Rijksdienst Ondernemend Nederland. Het streven was een praktische gids waarin theorie en praktijk samenkomen en een positieve impact en boodschap kunnen achterlaten met cradle to cradle als ook biomimicry in het achterhoofd. Want producten met een positieve impact, dat kan. Maar hoe ontwikkel je ze? Stel andere startvragen dan normaal. Vraag bijvoorbeeld niet hoeveel kosten er bespaard kunnen worden, maar hoe je ecologisch of economisch meer waarde kunt toevoegen. Maak hierbij een environment scan, wat inhoudt dat je kijkt naar de lijst van producten die om je heen al aanwezig zijn, zoals zonne-energie als energiebron. Water, stikstof etc. als materialen en micro-organismen en planten als organismen. Hoe kan een product deze bronnen inzetten of beter gebruiken? Het idee is de wil om te veranderen of verbeteren. Ernst-Jan geeft hierbij vele voorbeelden en ook in zijn boek komen veel voorbeeldcases voor. Nature Inspired Design is gratis te downloaden op www.natureinspireddesign.nl.

 

Wat doet u voor mijn toekomst?

 Marion van der Kleij is van de Stichting My Circular Future. Ze begint haar presentatie met een aantal vragen aan het publiek. Volgens haar is er een prangende vraag waar organisaties en leerlingen op geattendeerd moeten worden: “Wat doet u nu voor mijn toekomst?” Een confronterende vraag, waar zeker enkele jaren geleden maar weinig mensen over nagedacht hadden. Met deze vraag in het achterhoofd, worden jongeren door haar uitgenodigd om na te denken, mee te werken en zich te realiseren dat het vraagstuk van een gezonde planeet meer dan belangrijk is.

Het streven is een circulaire economie. Wat houdt dit in? Marion vindt het noodzakelijk dat je ook op school leert hoe dat zit. Daarom heeft zij een eigen lesprogramma ontwikkeld, ‘My Circular Future’. Haar lesmodules, docententrainingen en masterclasses worden aangeboden in samenwerking met innovatieve bedrijven en richten zich op jongeren vanaf 12 jaar. Zij zouden bewust moeten zijn en worden van de klimaatproblematiek, social fairness en vervuiling. Belangrijke onderwerpen waar juist op scholen aandacht voor moet komen. Want op dit moment gaat het nog te moeizaam. Sowieso omdat er geen tijd voor wordt vrijgemaakt, maar ook omdat ouders er geen belang in zien, de kennis bij leerkrachten ontbreekt, het lastig is om verbinding te leggen met de beroepspraktijk en er te weinig geld voor is. Dat wil uiteraard niet zeggen dat Marion haar enthousiasme en belang van het onderwerp niet blijft uitdragen en onderstrepen. Naast het eerste lesboek ‘Rubber Duckie’, een lesmodule die de basis legt voor het transitie denken van lineair naar circulair, is ze nu bezig met een tweede module die ook online doorontwikkeld zal worden. Voorbeelden van deze modules zijn te vinden op www.mycircularfuture.com

presentatie-marleen-lodder-09-12-2016

presentatie-ernst-jan-mul-09-12-2016

presentatie-marion-van-der-kleij-09-12-2016

Leave a Reply