Cradle to Cradle en gebiedsontwikkeling

6 juni 2013
6
jun

Cradle to Cradle en gebiedsontwikkeling

In de prachtige zaal van Fox vakanties zitten ruim 60 gasten klaar voor de vier sprekers. Fox is onderdeel van Park 20|20, het eerste full service Cradle to Cradle gebied in Nederland.

De praktijk: “Change is an engine for business”

Owen Zachariasse opent de dag met een lezing waarin hij de processtappen laat zien, die genomen zijn om Park 20|20 tot een succes te maken. Hij licht toe wat C2C betekent voor het business model, of ‘hoe je geld kunt verdienen met C2C!’

C2C staat voor permanente ontwikkeling van de omgeving en haar infrastructuur. De infrastructuur van Park 20|20 bestaat uit een gesloten centraal water- en energiesysteem. Door dit gesloten systeem wordt een bebouwd oppervlak bespaard van 3%. Deze besparing vertegenwoordigt een waarde van bijna € 2 miljoen netto.

Voor de gebouwen op Park 20|20 gelden dezelfde uitgangspunten:

  • effectief m2 gebruik, resulterend  in een margeverbetering voor de gebruiker per m2;
  • lagere energiekosten, besparingen van 70Kwh/m2. Dit betekent voor een gebouw van 7.500 m2een besparing van € 900.000;
  • stijging van de productiviteit met 2%. Met een 2% daling van ziekteverzuim betekent dit in totaal 4% besparing op arbeidskosten. Bij een gebouw met 900 medewerkers kan dit oplopen tot € 1,4 miljoen per jaar;
  • volledig ‘design for disassembly’, met aandacht voor de waarde van materialen bij hergebruik;
  • toekomstbestendige gebouwen, met flexibiliteit van de infrastructuur en haar gebruikers.

Een beter product levert onderscheidend vermogen, sluit beter aan bij de behoeften van klanten en heeft zelfs een waarde aan het eind van de levensduur. De waarde van materialen kan in de toekomst worden gekapitaliseerd. Kortom C2C is niet duur, maar levert geld op.

De invloed van energietransitie op gebiedsontwikkeling: “Wij staan midden in de praktijk als politiek”

Wethouder John Nederstigt  licht zijn rol voor duurzame gebiedsontwikkeling vanuit de gemeente Haarlemmermeer toe. “Eerst waren wij als gemeente bezig met bewustwording, maar wij zijn verder gegaan en hebben de volgende principes omarmt.”

Deze principes zijn:

  • duurzaamheid moet economisch lonend zijn. Dit waarborgt voortgang en maakt onze ambitie toekomstbestendig;
  • samen doen, samen werken. Dit betekent samen met bewoners, bedrijven en instellingen zaken anders doen dan wij gewend waren;
  • wij willen koploper zijn. Als gemeente is het belangrijk zichtbaar te zijn om zo een  aantrekkelijke gemeente te blijven om te wonen en te werken, ook al lopen we hiermee soms risico’s.

De gemeente en haar partners staan natuurlijk voor een aantal dilemma’s:

  • technisch: wat kan er allemaal? Geef ruimte aan innovaties;
  • financieel: hoe maken wij verandering betaalbaar? Creëer nieuwe financiële oplossingen door samenwerking met alle partners;
  • economisch: duurzaamheid levert geld op en betaalt zich terug;
  • institutioneel: nieuwe samenwerkingsverbanden en nieuwe bedrijfsvormen. Bijvoorbeeld een regionaal energiebedrijf  dat zonne-energie betaalbaar kan leveren.  John geeft als voorbeeld dat er in de vernieuwde infrastructuur in het tuinbouwproject PrimaViera geen gebruik wordt gemaakt van wisselstroom, maar van gelijkstroom. Hierdoor vindt er geen energieverlies plaats tijdens het omzetten. Dit is voor alle betrokkenen een win- win situatie, zowel economisch als ecologisch.

De theorie: “We zoeken naar de Geluksfactor”

Jos Schild en Sebastiaan van der Haar van RoyalHaskoning/DHV, nemen ons mee in het verschil in aanpak van het ontwerpen van een C2C-product, een C2C-gebouw en een C2C-gebied. Het gaat in alle gevallen om de kwaliteit (van een gebied) die een belangrijke meerwaarde geeft aan de C2C-ontwikkeling ervan.  De toegevoegde waarde is de hoogste C2C-waarde die aan een gebied kan worden toegevoegd. Kortom wat bepaalt de geluksfactor?

Om met C2C aan de slag te gaan voor gebiedsontwikkeling, is het goed om te kijken naar enkele voorbeelden:

Deze principes zijn een kapstok, die niet zullen leiden tot een C2C-certificering. Er zijn hierdoor veel ontwerpvrijheden ingebouwd. Gebieden zijn wel te certificeren volgen BREEAM, maar de valkuil is dat BREEAM het doel wordt, in plaats van een middel. Het voordeel is wel dat er een meetbaar resultaat wordt opgeleverd.

Bij het ontwerpen van een C2C-gebied, zijn er meerdere insteken mogelijk. Te denken valt aan:

  • een gebiedsontwikkeling als bedrijventerrein, waarbij het doel is om niet op te vallen in de natuur;
  • een gebouw dat ontwikkeld is met materialen uit de natuur en uit de regio (Gebouw de Kei in Borger);
  • de lagenbenadering welke de ‘vervangingssnelheid’ van de producten bepaalt.

Uiteindelijk is het ontwerpen van of in een C2C-gebied een synergie tussen de wijze waarop C2C-producten bijdragen aan het gebied en het gebied bijdraagt aan deze producten. Het is mogelijk om met C2C-producten een gebied te verbeteren en regionale materialen te gebruiken in deze producten.

DOWNLOAD: Presentatie John Nederstigt C2C en Gebiedsontwikkeling

DOWNLOAD: Presentatie Jos Schild C2C en Gebiedsontwikkeling

 

Leave a Reply